Ultieme Gids: Investeringen en Aftrekposten voor ZZP en Ondernemers in januari 2026
Door Rogier Mulder
Gewijzigd, 07 januari 2026
In deze uitgebreide gids bespreken we alle relevante investeringsregelingen en aftrekposten – van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) tot de zelfstandigenaftrek – en hoe ze werken onder de actuele regels van 2026. We maken het praktisch en engaging, zodat jij precies weet hoe je optimaal profiteert van deze fiscale voordelen.
In januari 2026 zijn de fiscale regels voor investeringen en aftrekposten opnieuw gewijzigd. Voor zzp’ers en mkb-ondernemers betekent dit dat er nieuwe kansen én uitdagingen liggen om belasting te besparen. In deze uitgebreide gids bespreken we alle relevante investeringsregelingen en aftrekposten – van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) tot de zelfstandigenaftrek – en hoe ze werken onder de actuele regels van 2026. We maken het praktisch en engaging, zodat jij precies weet hoe je optimaal profiteert van deze fiscale voordelen.
Investeren in je bedrijf: waarom en hoe werkt het fiscaal?
Investeren in je bedrijf betekent aanschaf van bedrijfsmiddelen (zoals machines, computers, voertuigen, inventaris) die je onderneming versterken. Dergelijke investeringen hebben fiscale gevolgen: je kunt ze doorgaans niet in één keer als kosten opvoeren, maar moet ze over meerdere jaren afschrijven (bijvoorbeeld een laptop over 5 jaar). Gelukkig zijn er diverse investeringsaftrekken die extra belastingvoordeel geven bovenop de normale afschrijvingen. Hierdoor verlaag je je winst en betaal je minder belasting, wat investeren aantrekkelijker maakt. Daarnaast bestaan er ondernemersaftrekken en andere aftrekposten speciaal voor ondernemers (met name eenmanszaken/zzp en VOF’s) die hun belastbare inkomen fors kunnen drukken.
Hoe werkt zo’n aftrekpost nu precies? Simpel gezegd mag je bij het opstellen van de winstbelasting (inkomstenbelasting voor zzp of vennootschapsbelasting voor B.V.) een bepaald bedrag van je winst aftrekken. Dat bedrag wordt dan niet belast. Resultaat: een lagere belastingaanslag. Veel aftrekposten hebben voorwaarden (zoals een urencriterium of minimale investering) en sommige zijn specifiek voor bepaalde uitgaven (bijvoorbeeld milieuvriendelijke investeringen). Hieronder lopen we de belangrijkste langs.
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) in 2026
De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is een algemene investeringsaftrek voor ondernemers die in een jaar een beperkt bedrag investeren in bedrijfsmiddelen. Het is bedoeld om kleine investeringen te stimuleren. In 2026 gelden de volgende bedragen en percentages voor de KIA:
Drempel voor KIA: Je totale investeringen in 2026 moeten minimaal € 2.901 bedragen om KIA te krijgen. Onder € 2.900 investering is er géén aftrek. Bovendien moet elk individueel bedrijfsmiddel minimaal € 450 (excl. btw) kosten om mee te tellen– kleinere aankopen kun je overigens wel direct als kosten nemen, maar tellen niet mee voor KIA.
Investeringsbedrag € 2.901 t/m € 71.683: Je krijgt 28% van het investeringsbedrag als aftrek. Dit is de hoogste aftrek; investeer je bijvoorbeeld € 10.000 in 2026 in bedrijfsmiddelen, dan mag je € 2.800 extra van de winst aftrekken.
Investeringsbedrag € 71.684 t/m € 132.746: Je krijgt een vast bedrag van € 20.072 aftrek. Je hebt de KIA dan als maximum bereikt.
Investeringsbedrag € 132.747 t/m € 398.236: De aftrek van € 20.072 wordt lineair afgebouwd. Concreet: € 20.072 minus 7,56% van het investeringsbedrag boven € 132.746. Bij hele grote investeringen zakt de aftrek zo richting nul.
Meer dan € 398.236 geïnvesteerd: Je krijgt geen KIA (0%). Voor echt grote investeringen is deze regeling dus niet van toepassing.
KIA-tip: Probeer je investeringen te plannen zodat je optimaal van de percentages profiteert. Het verschil tussen nét onder of boven de schijfgrenzen kan duizenden euro’s aan aftrek schelen. Bijvoorbeeld, € 70.000 investeren levert ~€ 19.600 KIA op (28%), terwijl € 75.000 investeren nog steeds € 20.072 oplevert – het kan dus lonen om grote investeringen te spreiden over twee jaren of juist samen te voegen in één jaar, afhankelijk van de situatie.
KIA geldt voor vrijwel alle bedrijfsinvesteringen, met uitzondering van bijvoorbeeld personenauto’s (tenzij elektrisch, daarover later meer), woonhuizen en goodwill. Zowel zzp’ers als B.V.’s kunnen KIA toepassen in hun aangifte (B.V.’s verlagen hiermee de belastbare winst voor de vennootschapsbelasting). Vergeet niet om in je administratie bij te houden welke aankopen hiervoor in aanmerking komen en zorg dat je de KIA claimt in je aangifte van het desbetreffende jaar.
Duurzaam investeren: Energie-investeringsaftrek (EIA) en Milieu-investeringsaftrek (MIA/Vamil)
Wil je investeren in duurzame, energiezuinige of milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen? Dan zijn er extra aftrekposten beschikbaar: de Energie-investeringsaftrek (EIA) en de Milieu-investeringsaftrek (MIA). Deze kunnen vaak bovenop de KIA komen, wat het fiscale voordeel flink verhoogt.
Energie-investeringsaftrek (EIA) – 40% voor groene energie
De EIA is bedoeld om energiebesparende investeringen te stimuleren. Investeer je in 2026 in nieuwe bedrijfsmiddelen die op de officiële Energielijst staan, dan kun je 40% van dat investeringsbedrag extra aftrekken. Enkele belangrijke punten over de EIA in 2026:
40% aftrek: Stel, je koopt een zonnepanelensysteem of een warmtepomp dat op de Energielijst 2026 staat. Je mag dan 40% van de aanschafkosten als aftrekpost opvoeren. Dit komt naast de reguliere afschrijving én naast de KIA (die je ook mag toepassen als het bedrijfsmiddel voor beide regelingen in aanmerking komt).
Minimale investering per item: Het bedrijfsmiddel moet ten minste € 2.500 hebben gekost (per stuk) om EIA te krijgen. Dit is een hogere drempel dan de € 450 van de KIA, wat logisch is omdat het om grotere, veelal duurzame, installaties gaat.
Energielijst en melding: Alleen apparatuur op de Energielijst 2026 komt in aanmerking. Denk aan LED-verlichtingssystemen, hoog-efficiënte koelingen, elektrische voertuigen, enz. Je moet deze investering binnen 3 maanden melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) om het EIA-voordeel te kunnen claimen.
Maximumbedrag (plafond): Voor de EIA geldt een (zeer hoog) plafond: in 2026 tot € 153 miljoen aan investeringen per onderneming. MKB’ers zullen hier in de praktijk niet tegenaan lopen. Nieuw is wel dat als je meerdere ondernemingen hebt (bijv. een eenmanszaak én een VOF), de investeringen samengenomen worden om misbruik van meerdere plaffonds te voorkomen
Niet samen met MIA: Je kunt niet én EIA én MIA op hetzelfde bedrijfsmiddel toepassen. Duurzame investeringen vallen óf onder de energielijst (EIA) óf onder de milieulijst (MIA), afhankelijk van het type voordeel.
Praktisch voorbeeld: Investeer je € 10.000 in een energiezuinige machine op de Energielijst, dan krijg je € 4.000 EIA-aftrek. Stel dat dezelfde investering ook KIA-waardig is en je totale investeringen kleinschalig blijven, dan komt daar nog eens 28% KIA bij (€ 2.800). In totaal verlaag je je belastbare winst dus met € 6.800 extra, naast de gewone afschrijving. Dit illustreert hoe krachtig het combineren van regelingen kan zijn.
Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Vamil – voor innovatieve, milieuvriendelijke investeringen
De MIA richt zich op investeringen die milieuschade verminderen of circulariteit bevorderen. Denk aan emissiearme voertuigen, recyclingapparatuur, duurzame productietechnieken, etc. De Vamil (willekeurige afschrijving milieu-investeringen) is nauw verbonden aan de MIA: het stelt je in staat 75% van zo’n milieuvriendelijke investering op een willekeurig moment af te schrijven. Met andere woorden, via Vamil kun je zelf bepalen wanneer je die 75% kosten neemt – bijvoorbeeld alles in één keer in het jaar van aanschaf – waardoor je belastingdruk vroeger in de tijd verlaagd wordt.
In 2026 gelden voor de MIA drie aftrekpercentages:
45% MIA voor bedrijfsmiddelen in categorie F en G van de Milieulijst (dit zijn doorgaans de meest innovatieve en milieuvriendelijke investeringen).
36% MIA voor categorie A en D.
27% MIA voor categorie B en E/
(Categorieën C en verdere niet genoemd? Die zijn ofwel uitgezonderd of vallen onder andere regelingen – raadpleeg de Milieulijst bij RVO om te zien welke letter jouw investering heeft.)
Net als bij de EIA moet je de investering melden bij RVO en moet deze op de geldige Milieulijst 2026 staan. Die lijst wordt jaarlijks geüpdatet: zo zijn er in 2026 weer nieuwe technieken toegevoegd (bv. een elektrische maaiboot voor waterbeheer, elektrische funderingsmachines, oplaadkluizen voor gereedschap) en zijn enkele verouderde technieken van de lijst verwijderd. Check dus ieder jaar de nieuwste lijst voor jouw investeringsplannen.
Vamil in 2026: Wanneer je investering op de Milieulijst staat, kun je meestal MIA en Vamil combineren. De MIA geeft de extra aftrek (27%–45%), terwijl de Vamil je toelaat 75% van de investering willekeurig af te schrijven. Dat laatste levert vooral een liquiditeitsvoordeel op: je krijgt sneller een belastingteruggaaf of betaalt later belasting. Het gecombineerde voordeel van MIA\Vamil kan oplopen tot ~14% van het investeringsbedrag netto. Let op dat er sinds 2025 een wijziging is doorgevoerd: RVO geeft nu een beschikking af voor MIA-aanvragen (waar je bezwaar tegen kunt maken bij RVO), in plaats van enkel een advies aan de Belastingdiens. Dit maakt de afhandeling formeler.
Voorbeeld MIA/Vamil: Stel je schaft voor € 50.000 een innovatieve recyclingmachine aan die op de Milieulijst staat (code F). Je krijgt 45% MIA = € 22.500 aftrek. Daarnaast mag je 75% van € 50k = € 37.500 via Vamil in één keer afschrijven (in plaats van bijvoorbeeld over 5 of 10 jaar). De fiscale winst van het jaar van investering daalt daarmee flink, wat tot een forse belastingbesparing leidt. Combineer je dit met KIA (als je totale investeringen in de KIA-range vallen), dan komt daar mogelijk nog ~€ 14.000 KIA bij. Je ziet: de overheid helpt een groot deel van de kosten dragen wanneer je duurzaam en milieubewust onderneemt!
Milieu-subsidies: Houd er rekening mee dat sommige investeringssubsidies niet te combineren zijn met MIA/Vamil. Zo is per 2026 expliciet uitgesloten dat je voor bepaalde bedrijfsmiddelen én MIA/Vamil én bijvoorbeeld de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB) of Waterstof in Mobiliteit (SWIM) tegelijkertijd gebruikt. Dubbel financieren wordt dus voorkomen.
Ondernemersaftrekken voor ZZP: zelfstandigenaftrek, startersaftrek en meer
Naast de investeringsaftrekregelingen (die voor zowel IB-ondernemers als B.V.’s toepasbaar zijn), kennen we de ondernemersaftrekken in de inkomstenbelasting. Dit zijn specifieke aftrekposten voor ondernemers die een eenmanszaak, VOF of andere onderneming voor de IB drijven. De belangrijkste zijn: zelfstandigenaftrek, startersaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk (S&O), meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de stakingsaftrek. Hieronder nemen we ze stuk voor stuk door, inclusief de actualiteit in 2026.
Zelfstandigenaftrek 2026 – fors lager, maar nog steeds waardevol
De zelfstandigenaftrek is traditioneel een van de grootste fiscale voordelen voor zzp’ers. Het is een vast bedrag dat je van je winst mag aftrekken als je aan bepaalde voorwaarden voldoet. In 2026 is de zelfstandigenaftrek vastgesteld op € 1.200 – dit is nog maar de helft van de € 2.470 in 2025 en een fractie van de € 7.280 die het ooit was enkele jaren geleden. De overheid is namelijk bezig deze aftrekpost stap voor stap af te bouwen om het verschil in fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen. In 2027 zakt de zelfstandigenaftrek verder naar € 900.
Afbouw van de zelfstandigenaftrek (bedrag per jaar). In 2022 was de aftrek nog € 6.310 en deze daalt tot € 1.200 in 2026 en € 900 in 2027. Deze grafiek illustreert hoe het fiscale voordeel voor zelfstandigen elk jaar kleiner wordt.
Voorwaarden: Je krijgt de zelfstandigenaftrek alleen als je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting én voldoet aan het urencriterium. Dat urencriterium houdt in dat je minimaal 1.225 uur per jaar aan je eigen bedrijf besteedt. Dit komt neer op circa 24 uur per week. Belangrijk: als je daarnaast in loondienst werkt, moet je méér tijd in je onderneming steken dan in loondienst om voor de aftrek in aanmerking te komen. Zorg voor een goede urenregistratie van zowel declarabele uren als indirecte uren (acquisitie, administrie, reizen) om aan te tonen dat je 1.225 uur haalt.
Hoogte en tarief: Zoals gezegd is de zelfstandigenaftrek in 2026 € 1.200. Dit bedrag mag je van je winst aftrekken. Let op dat het fiscale effect daarvan begrensd is door het zogenoemde aftrektarief: je krijgt er maximaal 37,56% belastingvoordeel over. Met andere woorden, ook als je in de hoogste belastingschijf valt (~49,5%), levert die € 1.200 aftrek je circa € 451 minder belasting op (37,56% van 1.200). Dit aftrektarief is ook de reden dat voor AOW-gerechtigde ondernemers – die vaak in een lager tarief vallen en sowieso maar recht hebben op de halve zelfstandigenaftrek – het voordeel beperkter is.
Startersaftrek: Startende ondernemers (gedefinieerd als degenen die in de afgelopen 5 jaar niet meer dan 2 keer de zelfstandigenaftrek hebben geclaimd en in max. 2 van die jaren ondernemer waren) krijgen een extra aftrek van € 2.123 bovenop de zelfstandigenaftrek. In 2026 is de startersaftrek nog steeds € 2.123 (zelfde als in 2024 en 2025). Dit betekent dat een startende zzp’er in het eerste (en tweede en derde) jaar recht kan hebben op in totaal € 3.323 ondernemersaftrek (€ 1.200 + € 2.123). Voor de startersaftrek gelden vrijwel dezelfde voorwaarden als voor de gewone zelfstandigenaftrek: je moet ondernemer zijn, aan het urencriterium voldoen, en nieuw zijn als ondernemer (niet in de 5 voorafgaande jaren ondernemer geweest, of hoogstens 2 keer zelfstandigenaftrek gebruikt).
Goed nieuws: Starters mogen deze aftrekpost volledig benutten, zelfs als hij hoger is dan de winst. Normaliter kan een aftrekpost niet tot een verlies leiden, maar speciaal voor startersaftrek geldt een uitzondering: je mag bij start van je onderneming een verlies creëren en die “negatieve winst” verrekenen met toekomstige jaren. Dit heet de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek – het deel dat je door te lage winst niet kon gebruiken, kun je tot 9 jaar vooruit schuiven.
Andere relevante punten over de zelfstandigenaftrek:
Verdien je in 2026 zo weinig winst dat € 1.200 aftrek niet volledig tot uiting komt (bijvoorbeeld je winst is € 1.000 maar aftrek is € 1.200)? Dan wordt het meerdere € 200 doorgeschoven naar volgende jaren als voorwaartse verrekenpost.
De zelfstandigenaftrek kan slechts één keer per jaar worden toegepast, ongeacht het aantal ondernemingen dat je hebt. Als je meerdere bedrijfjes hebt, tel je de winst samen en mag je in totaal één zelfstandigenaftrek aftrekken.
Bij gedeeltelijk jaar ondernemer (bijvoorbeeld je start halverwege) geldt nog steeds de eis van 1.225 uur in dát kalenderjaar, wat lastig kan zijn. Er is geen proratering; het is een harde grens.
Waarom wordt dit afgebouwd? Zoals eerder genoemd: om het speelveld tussen werknemers en zelfstandigen gelijker te maken. Werkenden hebben ook arbeidskortingen, maar die zijn de laatste jaren verhoogd terwijl de zelfstandigenaftrek verlaagd wordt. Bereid je er dus op voor dat na 2027 dit voordeel nog maar € 900 is – in de grote context niet enorm, maar nog altijd welkom.
Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O / WBSO)
Innovatieve zzp’ers en mkb’ers – denk aan tech startups, ontwerpers, ontwikkelaars van nieuwe producten – kunnen gebruik maken van de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk (ook wel S&O-aftrek). Voorwaarde is dat je een WBSO-verklaring (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) hebt van RVO, wat betekent dat je R&D-werkzaamheden uitvoert die in aanmerking komen voor deze regeling. En je moet natuurlijk ondernemer voor de IB zijn die aan het urencriterium voldoet.
De hoogte van de S&O-aftrek in 2026 is € 15.979. Ben je starter op het gebied van S&O (dwz. je hebt in de 5 voorgaande jaren niet meer dan 2 keer deze aftrek gebruikt, vergelijkbaar met de reguliere startersaftrek), dan krijg je een extra € 7.996 bovenop, dus in totaal € 23.975 aftrek maximaal. Dit is een flinke aftrekpost die specifiek is bedoeld om innovatie door zelfstandigen te stimuleren, naast de loonkostensubsidie die bestaat voor personeel via de WBSO.
Let op dat je minimaal 500 S&O-uren per jaar moet besteden om in aanmerking te komen (het WBSO-aanvraagcriterium voor zelfstandigen) – dit staat los van het 1.225 algemene urencriterium. In de praktijk komt het erop neer dat je fulltime met R&D bezig bent of een substantieel deel van je tijd daaraan besteedt. De S&O-uren mag je overigens óók meetellen voor het 1.225 urencriterium; er is geen dubbele eis in uren.
Meewerkaftrek
Veel zzp’ers krijgen hulp van hun partner in de onderneming. Als jouw fiscaal partner (bijvoorbeeld je echtgenoot) onbetaald meewerkt in je eenmanszaak, kun je een klein deel van je winst extra aftrekken via de meewerkaftrek. De partner moet ten minste 525 uur per jaar meewerken in het bedrijf om recht op deze aftrek te krijgen. De hoogte is een percentage van de winst, oplopend met het aantal meegewerkte uren:
525–875 uur: 1,25% van de winst aftrek
875–1.225 uur: 2% van de winst aftrek
1.225–1.750 uur: 3% van de winst aftrek
Meer dan 1.750 uur: 4% van de winst aftrek (plafond)
De meewerkaftrek valt onder de ondernemersaftrek en krijg je dus bovenop de andere aftrekposten als je eraan voldoet. Hij is niet extreem hoog, maar toch mooi meegenomen als je partner veel bijdraagt en je hem/haar (nog) geen salaris uitbetaalt. Overweeg wel op termijn je meewerkende partner een reële beloning te geven of mede-eigenaar te maken; de meewerkaftrek compenseert langdurig onbetaald meewerken namelijk maar beperkt.
Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
Dit is een zeer specifieke aftrekpost voor ondernemers die starten vanuit een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Als jij een uitkering kreeg (bijv. WAO/WIA) en toch een onderneming bent begonnen, wil de overheid je extra steunen. De voorwaarden zijn o.a.: je bent ondernemer, was in de 5 vorige jaren geen ondernemer, je ontvangt een arbeidsongeschiktheidsuitkering, en je kunt minstens 800 uur per jaar aan je bedrijf werken (in plaats van het normale 1.225 uur criterium).
De hoogte van deze startersaftrek (bij A.O.) is hoger dan de gewone startersaftrek: in het 1e jaar € 12.000, 2e jaar € 8.000, 3e jaar € 4.000. Ook hier geldt dat de aftrek niet hoger mag zijn dan je winst – je kunt hiermee geen verlies creëren (anders dan de reguliere startersaftrek). Deze faciliteit kan maximaal drie jaar worden toegepast en is bedoeld als opstapje om vanuit een uitkeringssituatie succesvol ondernemer te worden. In 2026 zijn er geen wijzigingen in de bedragen ten opzichte van 2025; wel moet je natuurlijk jaarlijks opnieuw voldoen aan de voorwaarden (met name de verminderde arbeidsgeschiktheid en 800-uursgrens).
Stakingsaftrek en lijfrente bij staken
Niet direct voor iedereen relevant, maar wel goed om te weten: als je ooit je bedrijf staakt (beëindigt of verkoopt), krijg je te maken met stakingswinst (bijvoorbeeld door goodwill of verkochte inventaris). Om de belastingdruk bij stoppen te verzachten is er een stakingsaftrek. In 2026 is deze aftrek € 3.630 (net als voorgaande jaren). Je mag de stakingsaftrek maar één keer in je leven gebruiken, uiteraard bij het daadwerkelijk staken van je onderneming. Het is een vast bedrag waarmee je de stakingswinst vermindert.
Vaak is de stakingswinst echter hoger dan € 3.630. Daarom bestaat er ook een mogelijkheid om stakingswinst om te zetten in een lijfrente (een soort pensioenvoorziening), waardoor je nóg meer belasting kunt uitstellen of besparen. Dit gebeurt via de extra lijfrentepremieaftrek bij staking. De maxima daarvan in 2026 zijn aanzienlijk: tot € 574.867 aftrek als je 62 jaar of ouder bent (of invalide, of bij staking door overlijden, voor erfgenamen). Voor iemand tussen 52 en 62 jaar is het maximum ~€ 287k, en in “overige gevallen” ~€ 143k. Dit zijn dus bedragen aan stakingswinst die je in een lijfrenteproduct (verzekering of bancaire lijfrente) kunt stoppen zodat je nu geen belasting betaalt over die winst, maar pas later over de lijfrente-uitkeringen. Het voert te ver om dit hier in detail te behandelen, maar het is goed om te beseffen dat er bij bedrijfsbeëindiging forse fiscale regelingen zijn om de impact te verzachten.
(NB: De vroegere Fiscale Oudedagsreserve (FOR), waarmee je jaarlijks een deel van je winst kon reserveren voor pensioen, is per 1 januari 2023 afgeschaft bron. ondernemersplein.overheid.nl. Je kunt sinds 2023 dus geen FOR-dotatie meer doen. Als je nog een FOR op de balans hebt staan van voorgaande jaren, blijft die staan totdat je hem omzet in lijfrente of bij staking moet afrekenen. Voor pensioenopbouw moet je nu dus via privé-oplossingen zoals lijfrente of pensioenbeleggen gebruikmaken van jaarruimte.)
Mkb-winstvrijstelling – 12,7% winst vrijgesteld in 2026
Naast de ondernemersaftrekken bestaat er in de inkomstenbelasting nog een belangrijke faciliteit: de mkb-winstvrijstelling. Deze geldt voor alle ondernemers voor de inkomstenbelasting (dus ook als je geen 1.225 uur haalt of geen recht had op zelfstandigenaftrek). De mkb-winstvrijstelling is een vast percentage van de winst ná toepassing van ondernemersaftrekken. In 2026 bedraagt deze vrijstelling 12,7% van de resterende winst. Dit is iets lager dan voorgaande jaren – in 2024 was het bijvoorbeeld 13,3%. Het percentage is een paar keer aangepast in recente jaren als onderdeel van bezuinigingen.
Hoe werkt het? Stel je winst is € 50.000 en je hebt € 1.200 zelfstandigenaftrek toegepast. Dan resteert € 48.800. Hierover krijg je automatisch 12,7% vrijstelling à € 6.198, waardoor je feitelijk over ongeveer € 42.600 wordt belast. Je hoeft geen verzoek in te dienen voor de mkb-winstvrijstelling; het wordt in de aangifte automatisch toegepast op je winst uit onderneming.
Let op: de mkb-winstvrijstelling kan een verlies verkleinen (het is een vrijstelling, geen aftrekpost). Dus als je een negatief resultaat hebt, wordt dat verlies door de 12,7% iets kleiner gemaakt. Verder is er ook hier een aftrektarief van toepassing van 37,56% maximaal bron. belastingdienst.nl, maar dat is alleen relevant voor hogere schijven.
Nieuws 2026: De verlaging van het percentage naar 12,7% maakt onderdeel uit van de trend om het fiscale voordeel voor ondernemers iets terug te schroeven. Het blijft echter een belangrijke vrijstelling. Je hoeft er niets extra’s voor te doen, behalve in je aangifte de vragen over ondernemer zijn correct te beantwoorden. In combinatie met de ondernemersaftrek zorgt de mkb-winstvrijstelling ervoor dat een deel van je winst onbelast blijft, wat de belastingdruk effectief verlaagt.
Vennootschapsbelasting en investeringsaftrek voor B.V.’s
Veel ondernemers starten als zzp’er, maar bij groei of winstgevendheid kan een B.V. aantrekkelijk worden. Een B.V. valt onder de vennootschapsbelasting (Vpb). In 2026 zijn de Vpb-tarieven ongewijzigd ten opzichte van 2025: je betaalt 19% vennootschapsbelasting over de eerste € 200.000 winst en 25,8% over de winst daarboven. Deze tarieven zijn de afgelopen jaren aangescherpt (in 2022 was de eerste schijf nog € 395k, nu is dat verlaagd naar € 200k). Houd er rekening mee dat wanneer je als DGA (directeur-grootaandeelhouder) winst uitkeert aan jezelf, je ook inkomstenbelasting in box 2 betaalt (tarief 26,9% in 2026 over dividend). De keuze tussen eenmanszaak of B.V. hangt van veel factoren af, waaronder deze tarieven en aftrekposten.
Investeringen in de B.V.: Een B.V. kan géén zelfstandigenaftrek of startersaftrek toepassen – dat zijn IB-zaken. Wel kan een B.V. gebruik maken van de investeringsaftrekken zoals KIA, EIA, MIA/Vamil. Deze werken in principe hetzelfde: de B.V. voert ze op als extra kostenposten in de winstberekening. Zo verlaagt investeringsaftrek de belastbare winst, en daarmee de Vpb. Voor de B.V. gelden soms iets andere details, zoals dat bepaalde kostenaftrekbeperkingen net iets anders zijn (bijvoorbeeld representatiekosten zijn bij B.V. voor 73,5% aftrekbaar in plaats van 80% bij IB). Maar de kern is: KIA en EIA/MIA zijn niet alleen voor zzp’ers! Ook jouw bedrijf in de vorm van een B.V. kan investeren in nieuwe machines, computers, elektrische auto’s etc. en deze aftrekken.
👉 Innovatiebox: Heb je een B.V. en realiseer je winst met innovatieve activiteiten (bijvoorbeeld je hebt patent(en) of een WBSO-verklaring voor een zelfontwikkeld product)? Dan kun je mogelijk de innovatiebox toepassen. Dit is geen aftrekpost, maar een apart regime waarbij je winst uit innovatie tegen een verlaagd tarief van 9% Vpb wordt belast in plaats van 19/25,8%. De innovatiebox is in 2026 gecontinueerd en kan zeer de moeite waard zijn, al zijn de toegangseisen streng. Schakel een fiscalist in als je denkt hiervoor in aanmerking te komen – het is complex maar kan enorme besparingen opleveren voor scale-ups en techbedrijven.
Tip: Als B.V. kun je ook de kleineondernemersregeling (KOR) in de btw niet gebruiken (die is alleen voor natuurlijke personen en samenwerkingsverbanden). Voor investeringen betekent dit dat een B.V. altijd btw moet betalen en terugvragen op investeringen, waar een kleine zzp’er wellicht onder de vrijstelling valt. Niet direct een aftrekpost, maar wel iets om in gedachten te houden als je overweegt naar een B.V. te gaan.
Actualiteiten per januari 2026: wat is er nieuw?
We hebben bij de afzonderlijke onderwerpen al veel actuele cijfers genoemd. Hier zetten we de belangrijkste veranderingen in 2026 nog eens op een rij, zodat je zeker niets mist:
Zelfstandigenaftrek gehalveerd: Van € 2.470 in 2025 naar € 1.200 in 2026. In 2027 daalt dit verder naar € 900. Het fiscale voordeel voor zzp’ers wordt dus flink kleiner, waardoor je iets meer belasting gaat betalen als je winst maakt.
Startersaftrek ongewijzigd: Ondanks de daling van de zelfstandigenaftrek blijft de startersaftrek € 2.123 in 2026. Dit extra steuntje voor startende ondernemers blijft dus gelijk (en is nu relatief gezien een groter deel van de totale ondernemersaftrek).
Mkb-winstvrijstelling iets verlaagd: In 2026 is het 12,7% van de winst vrijgesteld, terwijl het in 2024 nog 13,3% was. Dit was al in 2025 verlaagd en blijft in 2026 zo. Het verschil is klein, maar merkbaar bij grotere winsten.
Bijtelling elektrische auto’s: Goed nieuws voor duurzame rijders – de lagere bijtelling voor EV’s blijft (tegen eerdere plannen in) bestaan in 2026. Koop je een nieuwe elektrische auto van de zaak, dan geldt 18% bijtelling over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde (en 22% over het meerdere) In 2025 was dit 16% over € 30k, dus het is iets omhoog gegaan, maar de korting t.o.v. brandstofauto’s blijft. In 2027 wordt het 20% over € 30k, en vanaf 2028 verdwijnt de korting helemaal (dan 22% voor alle auto’s). Hier kun je dus in 2026 en 2027 nog van profiteren als je investeert in een EV.
Btw en accijns wijzigingen: Hoewel niet direct aftrekposten, toch relevant voor ondernemers in 2026: de btw op logies (overnachtingen) is per 1 jan 2026 verhoogd van 9% naar 21% (hotels, B&B’s rekenen nu 21% btw). Dit kan de toeristische sector raken. Tegelijk is de accijnskorting op brandstof (benzine, diesel, LPG) verlengd tot eind 2026, wat betekent dat de brandstofprijzen iets lager blijven dan ze anders zouden zijn – een meevaller voor ondernemers met veel kilometers.
Inflatiecorrectie beperkt: Normaal worden allerlei schijven en bedragen jaarlijks geïndexeerd. Voor 2026 is echter besloten om veel belastingbedragen maar deels te indexeren (52,8%). Hierdoor groeien bijv. de schijflengtes in de inkomstenbelasting minder hard mee met de inflatie, wat feitelijk een versteviging van de belastingdruk oplevert. De eerste schijf loopt nu tot € 38.883 en het tarief in die schijf is iets omlaag (35,75%), de tweede schijf tot € 78.426 met tarief 37,56%. Het toptarief blijft 49,5%. Voor ondernemers betekent dit dat je bij iets lagere inkomens al in de tweede schijf valt.
Overige ontwikkelingen: De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) bij schenken/erven van een bedrijf is aangescherpt in 2025 en die wijzigingen lopen door in 2026 (o.a. alleen nog voor aandelenbelangen ≥5%, en vrijstelling 100% tot € 1,5 mln en 75% daarboven). Dit is vooral relevant als je denkt aan bedrijfsopvolging binnen de familie. Daarnaast is er in 2026 een versoepeling in de renteaftrekbeperking voor bedrijven (earnings stripping): bedrijven mogen nu 24,5% van de EBITDA aan rente aftrekken i.p.v. 20% – vooral van belang voor grotere ondernemingen met leningen. Voor de meeste zzp’ers zijn dit geen directe factoren, maar het laat zien dat het fiscale speelveld continu in beweging is.
Tips om optimaal te profiteren in 2026
Nu je alle regelingen en wijzigingen kent, hier nog enkele praktische tips om er het beste van te maken:
Houd je uren bij: Voldoen aan het urencriterium van 1.225 uur is cruciaal voor zelfstandigenaftrek, startersaftrek en S&O-aftrek. Noteer wekelijks je gewerkte uren (incl. indirecte uren) zodat je bij een controle kunt aantonen dat je hieraan voldoet. Dit is een simpel punt, maar elk jaar zijn er ondernemers die aftrekposten mislopen omdat ze hun uren niet kunnen verantwoorden.
Plan je investeringen slim: Kijk vooruit naar je investeringsbehoeften en check de KIA schijfranden. Overweeg om investeringen te clusteren in één jaar als je daarmee boven de € 2.901 komt en 28% KIA kunt pakken, of juist te spreiden als je een plafond dreigt te raken waarbij extra investeringen geen extra aftrek meer geven. Een goed voorbeeld is om net onder € 71.000 te blijven voor maximale 28% aftrek, of als je daar ver overheen moet, wellicht door te stoten naar >€ 132k in een jaar om in twee jaar twee keer KIA te krijgen in plaats van één keer het maximum.
Duurzaam en groen loont: Overweeg investeringen die in de Energielijst of Milieulijst staan. Niet alleen draag je bij aan klimaat en milieu, maar dankzij 40% EIA of tot 45% MIA krijg je een groot deel van de kosten terug van de fiscus. Combineer dit met eventuele subsidies en lagere energiekosten, en de businesscase kan snel positief worden.
Meld investeringen op tijd bij RVO: Vergeet niet dat EIA/MIA/Vamil-investeringen binnen 3 maanden gemeld moeten worden. Zet een reminder direct na de aankoop. Zonder melding vervalt het recht op deze aftrekposten.
Gebruik de kleinere aftrekposten: Ook als de bedragen niet enorm zijn, dingen als meewerkaftrek of stakingsaftrek zijn mooi meegenomen. Ze vergen soms wat administratie (urenregistratie partner, of timing bij bedrijfsbeëindiging), maar het is zonde om geld te laten liggen. Check jaarlijks de Belastingdienst-site of onze gids hierboven of je ergens recht op hebt.
Te lage winst? Vooruit schuiven! Maak je een jaar weinig winst, maar heb je wel recht op ondernemersaftrekken (zoals zelfstandigenaftrek) die je niet volledig kunt benutten? Niet getreurd: niet-benutte zelfstandigenaftrek mag je tot 9 jaar vooruit schuivenl. Zorg wel dat je het correct invult in de aangifte; het systeem houdt dit bij. Zo gaat het voordeel niet verloren maar komt het tot uitkering in een later jaar met genoeg winst.
Laat je bijstaan bij complexiteit: De fiscale regels veranderen regelmatig en sommige situaties (zoals S&O-aftrek, innovatiebox, bedrijfsovername of stoppen met je bedrijf) zijn echt maatwerk. Een goede boekhouder of accountant kan je helpen optimaal gebruik te maken van aftrekposten en investeringsregelingen, en ervoor zorgen dat je geen deadlines mist. Die kosten verdien je vaak dubbel en dwars terug via belastingbesparingen en gemoedsrust.
Blijf up-to-date: Deze gids is gebaseerd op de wetgeving per 7 januari 2026 en recente belastingplannen. Houd er rekening mee dat politieke beslissingen nieuwe wijzigingen kunnen brengen. Zo is er voor 2027 al duidelijk wat de zelfstandigenaftrek wordt, maar kabinetten kunnen bijvoorbeeld besluiten de MIA-percentages te wijzigen of nieuwe regels in te voeren. Lees elk jaar een update (zoals dit artikel 😉) of check de Belastingdienst voor veranderingen.
Conclusie
Investeren en aftrekposten vormen in 2026 een uitdagend maar potentieel zeer lonend terrein voor zzp’ers en ondernemers. Hoewel sommige fiscale voordelen afnemen (de zelfstandigenaftrek is historisch laag en zal nog dalen), zijn er nog steeds vele mogelijkheden om via slimme investeringen en planning je belastingdruk te verlagen. Of je nu een freelancer bent die net begint, of een gevestigde MKB’er met een B.V., het loont om je in deze materie te verdiepen.
Gebruik deze ultieme gids als naslagwerk: check welke regelingen voor jou van toepassing zijn, pas de tips toe en bespreek je plannen eventueel met een financieel adviseur. Zo zorg je dat je geen cent teveel belasting betaalt en dat je met een gerust hart kunt investeren in de groei en duurzaamheid van je onderneming. 2026 biedt ondanks alles volop kansen – pak ze met beide handen en maak er een succesvol en voordelig jaar van!
Vind je deze informatie nuttig?
Dienst

